19 En in de nacht stierf het kind van deze vrouw, omdat zij erop was gaan liggen. 20 Midden in de nacht stond zij op, nam mijn zoon van naast mij weg terwijl uw dienares sliep, legde hem in haar armen en legde haar dode kind in mijn armen. 21 Toen ik ’s morgens opstond om mijn kind te voeden, zie, het was dood. Maar toen ik het ’s morgens goed bekeek, zie, het was niet mijn zoon die ik gebaard had.