16 Toen kwamen er twee vrouwen die hoeren waren bij de koning en bleven voor hem staan. 17 En de ene vrouw zei: Ach, mijn heer, ik en deze vrouw wonen in één huis, en ik ben in dat huis van een kind bevallen terwijl zij daar ook was. 18 En het gebeurde op de derde dag nadat ik bevallen was, dat ook deze vrouw beviel; en wij waren samen, er was geen vreemde bij ons in huis, behalve wij tweeën in het huis.