23 En Jezus keek rond en zei tegen zijn discipelen: Hoe moeilijk zullen zij die rijkdom hebben het vinden om het koninkrijk van God binnen te gaan! 24 En de discipelen stonden verbaasd over zijn woorden. Maar Jezus antwoordde opnieuw en zei tegen hen: Kinderen, hoe moeilijk is het voor wie op rijkdom vertrouwt om het koninkrijk van God binnen te gaan! 25 Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat dan dat een rijke het koninkrijk van God binnengaat. 26 En zij stonden zeer verbaasd en zeiden tegen hem: Wie kan dan gered worden? 27 Jezus keek hen aan en zei: Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want bij God is alles mogelijk. 28 Petrus begon tegen hem te zeggen: Zie, wij hebben alles achtergelaten en hebben u gevolgd. 29 Jezus zei: Voorwaar, ik zeg jullie, er is niemand die huis, broers of zusters, of moeder of vader, of kinderen of landerijen heeft opgegeven omwille van mij en omwille van het evangelie, 30 maar hij zal nu in deze tijd honderdvoudig ontvangen: huizen, broers en zusters, moeders en kinderen en landerijen, met vervolgingen; en in de wereld die komt het eeuwige leven. 31 Maar velen die nu eerst zijn, zullen laatst zijn; en wie nu laatst zijn, zullen eerst zijn.