11 Daarom stelden zij slavendrijvers over hen aan om hen met hun zware lasten te onderdrukken. En zij bouwden voor de farao voorraadsteden: Pithom en Raämses. 12 Maar hoe meer men hen onderdrukte, hoe meer zij zich vermenigvuldigden en hoe verder zij zich verspreidden. En de Egyptenaren werden angstig vanwege de Israëlieten. 13 De Egyptenaren lieten de Israëlieten met hardheid dienen: 14 zij maakten hun leven bitter door zwaar werk, met leem en bakstenen, en met allerlei werk op het land, al het werk dat zij hen met hardheid lieten doen.