12 Maar de handen van Mozes werden zwaar; daarom namen zij een steen en legden die onder hem, en hij ging daarop zitten. Aaron en Hur ondersteunden zijn handen, de een aan de ene kant en de ander aan de andere kant; zo bleven zijn handen stevig tot de zon onderging. 13 En Jozua versloeg Amalek en zijn volk met de scherpte van het zwaard.