5 In hetzelfde uur kwamen er vingers tevoorschijn van een mensenhand en zij schreven tegenover de kandelaar op de kalk van de muur van het koninklijk paleis; en de koning zag het deel van de hand die schreef. 6 Toen veranderde het gezicht van de koning, en zijn gedachten verontrustten hem; de gewrichten van zijn heupen werden slap en zijn knieën bonsden tegen elkaar.