20 En het gebeurde op de derde dag, de verjaardag van de farao, dat hij een feestmaal aanrichtte voor al zijn dienaren; en hij verhoogde de hofmeester en de hoofd-bakker te midden van zijn dienaren. 21 En hij herstelde de hofmeester weer in zijn ambt, en deze gaf de beker weer in de hand van de farao; 22 maar de hoofd-bakker liet hij ophangen, zoals Jozef hun uitgelegd had. 23 Toch dacht de hofmeester niet meer aan Jozef, maar hij vergat hem.