16 Toen de opperbakker zag dat de uitleg goed was, zei hij tegen Jozef: “Ook ik had een droom: zie, er waren drie manden met wit brood op mijn hoofd. 17 In de bovenste mand lag allerlei gebak voor de farao, maar de vogels aten het uit de mand op mijn hoofd.” 18 En Jozef zei: “Dit is de uitleg: de drie manden zijn drie dagen. 19 Over drie dagen zal de farao je hoofd van je af laten halen en je aan een boom hangen, en de vogels zullen je vlees van je af eten.”