9 En de opperste schenker vertelde zijn droom aan Jozef en zei tegen hem: In mijn droom, zie, er stond een wijnstok voor mij; 10 en aan de wijnstok waren drie ranken. Het was alsof hij uitliep, zijn bloesems gingen open en zijn trossen brachten rijpe druiven voort. 11 En de beker van de farao was in mijn hand; ik nam de druiven, perste ze uit in de beker van de farao en gaf de beker in de hand van de farao. 12 Toen zei Jozef tegen hem: Dit is de uitleg ervan: de drie ranken zijn drie dagen. 13 Nog drie dagen, dan zal de farao je hoofd verheffen en je in je ambt herstellen; en jij zult de beker van de farao in zijn hand geven, zoals vroeger toen je zijn schenker was.