20 Maar Petrus zei tegen hem: “Laat uw zilver samen met u verloren gaan, omdat u dacht de gave van God voor geld te kunnen krijgen. 21 U hebt geen deel of recht in deze zaak, want uw hart is niet oprecht voor God. 22 Bekeer u daarom van deze slechtheid en bid tot de Heer of deze gedachte van uw hart u vergeven mag worden.”