44 En terwijl Hij Zich naar de vrouw omdraaide, zei Hij tegen Simon: Zie je deze vrouw? Ik ben in jouw huis gekomen, je hebt Mij geen water voor Mijn voeten gegeven; maar zij heeft Mijn voeten met haar tranen natgemaakt en ze met haar haar afgedroogd. 45 Jij hebt Mij geen kus gegeven; maar zij heeft, vanaf het moment dat Ik binnenkwam, niet opgehouden Mijn voeten te kussen. 46 Mijn hoofd heb jij niet met olie gezalfd; maar zij heeft Mijn voeten met zalf gezalfd. 47 Daarom zeg Ik je: haar zonden, die er veel zijn, zijn vergeven, want zij heeft veel liefgehad; maar wie weinig vergeven wordt, heeft ook weinig lief. 48 En Hij zei tegen haar: Je zonden zijn vergeven.