12 Maar toen Gallio landvoogd van Achaje was, kwamen de Joden eensgezind tegen Paulus in opstand en brachten hem voor de rechterstoel, 13 en zeiden: Deze man probeert mensen over te halen God te aanbidden op een manier die tegen de wet ingaat. 14 Maar toen Paulus zijn mond wilde openen, zei Gallio tegen de Joden: Als het werkelijk ging om een misdaad of een slechte daad, Joden, dan zou het redelijk zijn dat ik jullie aanhoorde; 15 maar als het gaat om vragen over woorden en namen en jullie eigen wet, zorg daar dan zelf maar voor; ik ben niet van plan rechter over deze dingen te zijn.