4 En Petrus keek hem scherp aan, samen met Johannes, en zei: Kijk naar ons. 5 Hij lette op hen, in de verwachting iets van hen te krijgen. 6 Maar Petrus zei: Zilver en goud heb ik niet; maar wat ik heb, dat geef ik je. In de naam van Jezus Christus van Nazareth: loop. 7 En hij pakte hem bij zijn rechterhand en hielp hem overeind; en onmiddellijk werden zijn voeten en enkels sterk.