6 Nu stonden daar zes stenen watervaten, volgens het reinigingsgebruik van de Joden, elk met een inhoud van twee of drie vaten. 7 Jezus zei tegen hen: Vul de watervaten met water. En zij vulden ze tot aan de rand. 8 Toen zei hij tegen hen: Schep er nu iets uit en breng het naar de leider van het feest. En zij brachten het.