Het bord bestaat uit een spoor met opeenvolgend genummerde vakjes (meestal 63) en is vaak in een spiraal gerangschikt, met het startpunt aan de buitenkant. De pion van elke speler wordt verplaatst volgens de worpen met één of twee dobbelstenen. Verspreid over het bord staan verschillende vakjes met een gans erop; als je op een gans landt, mag je nog een keer hetzelfde aantal vakjes vooruit. Er zijn ook extra “snelwegen”, zoals vakjes met een brug, waarmee de speler naar een andere aangegeven plek op het bord gaat. Daarnaast zijn er een paar strafvakjes, waarop je achteruit moet of één of meer beurten moet overslaan. Het bekendste strafvakje heeft een schedel en staat voor de dood; als je daar op landt, moet je helemaal terug naar het begin.