Reis naar de sterren bordspel van Printbare bordspellen

Reis naar de sterren bordspel

REIS NAAR DE STERREN, BORDSPEL VOOR KLEINTJES Hemellichamen zijn van twee soorten: planeten en vaste sterren. De planeten, die voor ons als sterren lijken te schijnen, zijn zelf donker, maar ontvangen licht van de zon, waar ze in cirkelvormige banen omheen draaien, waardoor ze ook van positie veranderen aan de hemel. De grotere, die bij ons zonnestelsel horen, zijn in volgorde van hun afstand tot de zon: Mercurius (5,5 miljoen mijl van de zon) – Venus (10,25 miljoen) – Saturnus (136,5 miljoen) – Uranus (274,5 miljoen) – Neptunus (bijna 430 miljoen mijl van de zon) – De zon is 1 miljoen mijl groot, 400 duizend keer zo groot als de aarde. – Vaste sterren, dat zijn de sterren die altijd op dezelfde plaats lijken te staan ten opzichte van elkaar, zijn zelf zonnen met hun eigen planetenstelsels. Ze staan op enorme afstanden van ons. Het licht, dat bijna 29.000 mijl per seconde aflegt, doet er 3 jaar en 8 maanden over om ons te bereiken van de dichtstbijzijnde vaste ster. Om van de Poolster naar ons te komen heeft het licht 50 jaar nodig, en van Sirius, de helderste ster aan de hemel, 22 jaar; van andere sterren honderden, zelfs duizenden jaren. – Er zijn ongeveer 6.000 sterren met het blote oog te zien, maar met behulp van telescopen heeft men berekend dat er zo’n 43 miljoen zijn. sterren van de 1e grootte. sterren van de 2e grootte. sterren van de 3e grootte. de sterren van de 4e en kleinere grootte. SPELREGELS Zoveel mensen als je wilt, maar minstens twee personen, kunnen meedoen aan het spel, dat met één dobbelsteen wordt gespeeld. Voor het begin legt elke deelnemer zijn of haar inleg in de pot. De aarde is het bedoelde vertrekpunt van de reis; de Poolster is het eerste station. Iedere speler zet zijn pion op het nummer dat hij met zijn eerste worp gooit en volgt daarna tijdens het spel de wit gemarkeerde lijn. Alle sterren met een ring eromheen zijn stations tijdens de reis; de ringen die op een vreemde plek staan, geven aan dat daar een bijzondere regel geldt. De dubbelgeringde sterren geven de planeten van ons zonnestelsel aan en hun positie op 1 januari 1874. Voor elke planeet wordt volgens de geldende regels voor die planeet één fiche uit de pot genomen. Als tijdens het spel twee spelers “gestorven” zijn, mogen ze, als ze dat willen, opnieuw beginnen als ze opnieuw inzetten. Als iemand door een speciale regel op een station van de ene plaats naar de andere is verplaatst, geldt voor hem de regel die bij de plaats van aankomst staat niet. Niemand mag met een hogere worp dan nodig is naar het bedoelde eindpunt, de aarde (die men zich, als hij wil, als nummer 72 mag voorstellen); maar als iemand hoger gooit dan nodig, gaat hij net zoveel stappen terug als het overschot aangeeft. Als je bijvoorbeeld op nummer 70 staat en je gooit 6, dan ga je terug naar nummer 68, want het veld waar je nu staat telt niet mee in de telling en de aarde moet als nummer 72 gedacht worden. Als je op hetzelfde nummer 70 een 2 gooit, ga je eruit. Wie het eerst zover komt, wint het spel, dat wil zeggen: alle fiches in de pot. 1. De Poolster straalt op je pad En voert je verder op weg naar Sirius. 2. Perseus sluit nu je baan, Hij zwaait zijn zwaard naar jou; Wees niet bang, Maar je moet twee beurten overslaan. 8. De stierendrift bedreigt je nu, Je komt hem op je weg tegemoet; Om je te beschermen tegen gevaar Ga zeven stappen recht achteruit. 9. Als je langs Orion mag gaan, Mag je één fiche als tol betalen. 10. Sirius straalt zacht en zuiver: Voor zijn zachte gloed, Die je gezicht mag opvrolijken, Geeft hij je twee extra worpen. 13. Als je bij de rivier bent aangekomen, Krijg je water op je molen, Zodat het verder kan gaan, Je mag hier nog één keer extra gooien. 18. Op de planeet van de oorlogsgod heb je een toevlucht gevonden En je bent 22 miljoen mijl van de zon verwijderd; Je hoeft je niet te haasten om verder te gaan, Je bent vast moe; je rust hier een poosje uit. 20. Blij zwaai je op de rug van het gevleugelde paard, Want naar het volgende station brengt hij je veilig en wel. 23. De adelaar op snelle, sterke vleugels Vliegt vrolijk met je mee tot aan Venus. 24. Acht manen van Saturnus maken nacht tot dag En een lichtende ring zweeft er omheen volgens eeuwige wet. Hier is het niet goed voor jou om lang te blijven; daarom geeft Het geluk je twee worpen, zodat je snel kunt ontsnappen. 28. Nu ben je vast veel te dicht bij de zon gekomen: Vijf, zes miljoen mijl zijn er nog tot hem; Zijn warmte en zijn licht kun je niet verdragen, Haast je naar Venus, voordat de hitte je verteert. 31. Opdat de heldere toon van de lier je vreugde geeft, Ga naar vijf-en-veertig, dat in de Wagen schitterend te zien is. 33. Aan de Kroon moet men belasting betalen, Dertig fiches kan het nu wel worden. 35. Bij de golf mag je hier blijven, Tot allen jou gepasseerd zijn. 38. Venus mag van alle planeten de aarde het liefst, Daarom krijg je hier vast twee worpen extra. 39. Nu ben je bij de Schorpioen terechtgekomen, Dan is het met alle hoop voor jou gedaan. Meedogenloos sterf je hier. Geen gebeden of tranen Kunnen hem redden die hij met zijn gordel verwondt. 43. Wees niet altijd zo’n haast, Keer terug naar Mars, zodat je van de reis uitrust. 46. De Raaf heeft niet de beste naam voor eerlijkheid, Hij neemt ook twee fiches uit je kistje. 50. Jupiter, wiens pad door vier manen wordt gevolgd, Wordt nooit door de donkere sluier van de nacht bedekt. Maar omdat wij geen tijd hebben om te rusten, ...mag je je haasten naar de Vijfde. 55. Mij kun je in de hemel gemakkelijk herkennen. Kar, zo word ik in Zweden nog genoemd. Met mij mag je doorgaan tot in de zestig En je betaalt één fiche aan tol. 58. Nu heb je de Beker bij de hand, Neem een lekker drankje of twee, Hoe verder je op reis gaat, Mag je één beurt blijven staan. 60. De leeuw wil zijn kracht bewijzen En zich meten met de macht van Perseus; Kom en kijk Hoe de strijd zal verlopen. 65. Grote Hond, nog altijd op wacht, Beschermt deze hemel. Als beloning voor zijn trouw Geef je hem rijkelijk, vriend. 66. Van Pollux naar Castor moet je snel met groet, Er waren nooit twee betere vrienden op het levenspad. 70. Waar moet de geit zijn water halen? Laat hem naar de rivier gaan (13). 71. De reis heb je nu beëindigd En als winst neem je de pot mee. DIER- EN FIGUURNAMEN Skorpionen: Schorpioen Vagen: Weegschaal Korpen: Raaf Bägaren: Beker Lejonet: Leeuw Stora Björn: Grote Beer Karlavagnen: Grote Wagen Lilla Bjorn: Kleine Beer Kronan: De Kroon Skytten: Boogschutter Örnen: Arend Vega: Vega Lyran: Lier Delfinen: Dolfijn Perseus: Perseus Stora Hunden: Grote Hond Oxen: Stier Floden Eridanus: Rivier Eridanus Vaduren: Ram Hvalfisken: Walvis
Gepubliceerd door:
SuperColoring
Bron: 19th-century board games

Loading...

0 keer afgedrukt
printbare bordspellenheelalfuturistischinteractiefreizenamusementruimtevaart & sterrenkunde

MEER ZOALS DIT

Supercoloring logo
Meer dan 100.000 gratis educatieve materialen voor kinderen, ouders en leraren
© 2008 - 2026 Supercoloring
Onze bronnenAlle printablesKleurplatenTekenlessenPapierknutselsWerkbladenCreatieve kalendersCreaties van gebruikersFeestdagenColoring Books
InformatieOver SupercoloringLicenties en gebruiksrechtenAlgemene GebruiksvoorwaardenPrivacyverklaring
FeedbackNeem contact met ons op