SPELREGELS
DEEL 1
Twee blauwe stenen (belegerden) verdedigen het fort, terwijl vierentwintig gele stenen het aanvallen.
De twee belegerden worden in het fort geplaatst, dus op een van de negen punten binnen het bovenste vierkant.
De vierentwintig aanvallers worden geplaatst op de vierentwintig punten die voor hen zijn aangegeven buiten het fort.
De aanvallers moeten de twee verdedigers uit het fort verdrijven en de negen punten erin bezetten, en de aanvallers winnen pas als al deze negen punten zijn ingenomen.
De belegerden winnen daarentegen als er maar één van hen in het fort achterblijft.
DEEL 2
Het spel is remise als de belegerden uit het fort zijn gegaan en niet meer naar binnen kunnen, of als de aanvallers het fort niet volledig kunnen bezetten.
Het spel gaat zo:
De belegerden, dus de twee blauwe stenen, mogen zowel binnen als buiten het fort bewegen, vooruit, achteruit en zijwaarts over de rode en blauwe lijnen.
Ze moeten een aanvaller slaan, dus een gele steen van het speelveld verwijderen door eroverheen te springen, zodra een punt achter de gele steen vrij is.
DEEL 3
Er mogen ook meerdere gele stenen tegelijk geslagen worden, als er een vrij punt achter hen in lijn, schuin (als dat is afgesproken) of in een zigzag te vinden is.
De aanvallers mogen niet slaan en niet teruggaan; ze mogen alleen vooruit of zijwaarts bewegen over de rode lijnen – niet over de blauwe.
Maar als een blauwe steen de kans om een gele te slaan laat liggen, heeft de gele het recht om de blauwe uit het spel te nemen. Dat is een groot verlies voor de belegerden, omdat ze maar uit twee stenen bestaan.