1. De leider van het spel kiest één persoon die oma of opa is. Die persoon moet met het gezicht naar de muur gaan staan.
2. Alle andere spelers beginnen aan de andere kant van de kamer en proberen op hun tenen naar de grootouder toe te sluipen en hem of haar op de schouder te tikken.
3. De grootouder mag op elk moment omdraaien; het doel is dat de andere spelers dan niet betrapt worden.
4. Als de grootouder iemand ziet bewegen, moet die speler terug naar het begin.
5. Terwijl de grootouder kijkt, moeten alle spelers helemaal stil blijven staan.
6. Als een speler de schouder van de grootouder weet aan te tikken zonder betrapt te worden, wordt hij of zij de nieuwe grootouder en begint het spel opnieuw.